De Brusselse Rani De Prée ziet het levenslicht als stripmaker met een debuut dat de dood in aquareltinten van haar donkerte ontdoet. ‘Lucien’ raakt zichzelf soms kwijt in een flou artistique, maar toont ook lef en houdt ongetwijfeld een belofte in voor de toekomst.
Een begraafplaats onder een volle maan. Enkele ongure types schrijden achter een lantaarn aan en dumpen een nog warm lichaam in een graf, met een samenzwering raven als enige getuigen. Lucien, het debuut van Rani De Prée, opent met een scène die zo door Bosch, Caravaggio of Poe zou kunnen zijn verbeeld. Met een hand die zich wat verder weer een weg naar de oppervlakte graaft als een snuifje horror toe.
De mens die aan die hand vasthangt, heet Lucien, een wat dandyesk uitziende jongeman, die van kinds af behept is met een vuur dat zijn ogen doet oplichten wanneer een leven op uitdoven staat. Lucien worstelt met die onverklaarbare rol als belleman van de dood, net als de buitenwereld, die in hem een monster ziet.
Alles verandert wanneer Lucien wordt uitgenodigd naar een paleis tussen de sterren, dat in het boek in figuurlijke nevelen blijft gehuld. Net als Caelesta, Luciens etherische gids in een wereld “waar nooit iets hoeft te eindigen”. Tot wat eeuwig leek toch verbrokkelt. Heeft dat te maken met Lucien? Of met het geheimzinnige kistje dat hij zo koestert? Het zijn twee vragen naast vele andere. “Wat is daar?” klinkt het. “Wie ben jij?” “W-Wat gebeurt er?” “Is dit …” “Wat als?” Veel vragen, die zelden opheldering krijgen.
Het is de grootste kwetsbaarheid van Rani De Prées debuut. Haar verhaal drijft op mystiek, net als haar aquareltekeningen, die een bijwijlen fabelachtige waas over de dingen leggen. Onder die sluier gedijen vragen goed en zijn antwoorden schaars. In het beste geval is de ruimte die je zo verkrijgt een mooie lege plek voor de lezer om in te verblijven, in Lucien is de narratieve en visuele flou soms onnodig mysterieus. Dat hindert de leeservaring, en miskent dat ook op heldere vragen het antwoord op charmante wijze kan uitblijven.
Tegelijk getuigt die kwetsbaarheid ook van lef. En van een unieke stem, die licht wil schijnen in wat we te vaak zien als een genadeloze donkerte – niet toevallig cirkelen Lucien en Caelesta op de cover als yin en yang om elkaar heen. Vanuit de diepe wens om de dood van haar taboes te ontdoen en vol in het leven te planten. Of op een bankje onder een fonkelende ster – het decor waarin Lucien warm wordt afgerond.
Lucien
Rani De Prée
Menlu, 208 p.
★★★☆☆