Stripgids – productiehuis en expertisecentrum rond strips en beeldverhaal

Ligt het aan zijn werkethiek? Zijn tegelijk verfijnde en toegankelijke tekenstijl? Zijn Limburgse roots? Of aan zijn neus voor waargebeurde verhalen die ook de verbeelding in vuur en vlam zetten? Feit is dat Michaël Olbrechts zich sinds zijn debuut 'De allerlaatste tijger' uit 2014 heeft ontpopt tot een stripmaker die door zowel pers als publiek in de armen wordt gesloten. Ook 'Ada', na 'Galapagos' het tweede luik van Olbrechts’ eilandtrilogie, wacht ongetwijfeld dat aangename lot.

Met Galapagos (2023) mikte Michaël Olbrechts het eerste beeldverhaal ooit op de longlist van de Boon Literatuurprijs. Ada mag dezelfde ambities koesteren. Net zoals Galapagos duikt Ada goed honderd jaar terug in de tijd om de doordringende blik te richten op een verlaten eiland en de ontsporing die een klein gezelschap pioniers daar te beurt valt. En net als Galapagos doet Ada dat middels de verbeelding van een waargebeurde historie die alle verbeelding tart.

Dit keer omhult Olbrechts’ huis clos Wrangel Island, een onherbergzaam eiland in de Noordelijke IJszee dat de tot salon-avonturier verworden Canadese ontdekkingsreiziger Vilhjalmur Stefansson zowel inspiratie opleverde voor zijn succesboek The Friendly Arctic als schampere opmerkingen tijdens zijn lezingen. Zijn roemruchte expeditie in de jaren 1910 mondde namelijk uit in een scheepsramp, waarbij de helft van zijn gezelschap op de Karluk het leven liet, terwijl hijzelf de missie verliet en zo de laatste dans ontsprong. Om zijn promopraatje over het arctische gebied als een onontgonnen paradijs te staven, vat hij het plan op om een geheime tweede missie naar Wrangel Island te organiseren en het te claimen voor het Britse rijk.

Die expeditie vertrekt onder een slecht gesternte: Stefansson zelf blijkt niet mee te gaan, een deel van de expeditieleden mist ervaring, en de Inuit weigeren hun medewerking omdat ze meer aan hun leven hechten dan aan geld. Enter Ada Blackjack: een jonge, Engelstalige Inuit-vrouw, die zich bij het gezelschap voegt uit wanhoop, om haar aan tuberculose lijdende zoontje Bennett van medische zorgen te kunnen voorzien. Al blijkt ze al snel niet te beantwoorden aan het cliché van de Inuit die hoort te koken, jagen, villen en naaien. Alleen de hysteria Siberiana, een vorm van tijdelijke waanzin die tijdens de wintermaanden optreedt bij perspectiefloze vrouwelijke Inuit, treft haar ook.

Ada wordt de rode draad doorheen een verhaal dat bovenop de onbuigzaamheid van de ontzagwekkende natuur een laag kleinmenselijke meedogenloosheid, opportunisme, machteloosheid en waanzin legt. Een ‘nutteloze’ figurant die tegen alle verwachtingen en vooroordelen in uitgroeit tot een onwaarschijnlijke overlever. Historicus en stripmaker Michaël Olbrechts nadert die werkelijkheid precies en respectvol om op gezette tijden veelbetekenende scheurtjes van verbeelding, verontwaardiging en verwondering in de beklemmende tijdruimte te trekken. Het is door die scheurtjes dat het licht binnenkomt.

Ada
Michaël Olbrechts
Oogachtend, 196 blz.
★★★★☆