Weinig scenaristen die het afgelopen decennium zo actief waren als Jeff Lemire, een van de bezigste bijen in comicsland. Niet alleen het volume aan materiaal dat hij maakt, is straf. Het wordt des te indrukwekkender wanneer je bedenkt dat zijn comics een verscheidenheid aan genres omspannen. Lemire valt niet in een hokje te stoppen. Sciencefiction, drama, horror en superhelden: hij kan en doet het allemaal. Met succes.
‘Descender/Ascender’, ‘Gideon Falls’, ‘Sweet Tooth’, ‘Black Hammer’, ‘Sentient’: het zijn slechts enkele titels waarmee hij als scenarist hoge ogen gooit, bij verschillende uitgeverijen. Van de mainstreamuitgevers tot de independents, ze willen blijkbaar allemaal een stukje Lemire, die op enkele jaren tijd verschillende beeldjes van de prestigieuze Eisner Awards mee naar huis mocht nemen. De man lijkt wel een schrijfmachine, tot je weet dat hij het leeuwendeel van zijn tijd spendeert aan titels die hij zelf ook tekent; slechts een vijfde van zijn tijd gaat naar scenario’s voor andere tekenaars. Een kennismakingsgesprek met deze productieve Canadees uit Toronto over zijn favoriete projecten, zijn werkmethode en hoe het voor hem allemaal begon.
Hoe ga je te werk bij het schrijven?
“Mijn proces hangt sterk af van welk project voor me ligt. Voor de projecten die ik zelf ook teken, is dat een veel losser proces dan bij de verhalen die ik voor andere tekenaars maak. Dat komt omdat het tekenwerk zo arbeidsintensief en tijdrovend is, waardoor ik me meer tijd geef om alles goed door te denken en om onderweg nog te kunnen improviseren. Voor mijn eigen strips werk ik met een losse outline van scènes, niet met een volledig scenario. Ik schrijf de basis voor het hele verhaal neer, aangevuld met hier en daar wat stukjes dialoog. En dan werk ik het hele ding scène per scène uit: eerst thumbnails, dan dialogen en dan de uiteindelijke afgewerkte pagina’s met aanpassingen aan het scenario waar nodig. Voor de strips die ik voor anderen schrijf, pak ik de dingen veel gestructureerder aan. Ik begin met een basisidee, een algemene vormgeving van het verhaal en een vrij duidelijk einde. Zo heb ik de fundamenten klaar voor een volledig verhaal. Van daaruit deel ik het verhaal op in verschillende sleutelmomenten en schrijf ik mijn eerste outline. Daarop blijf ik dan verder werken en verzin ik vragen of knopen die ik nog moet ontwarren, vaak in een apart document. Het openbreken van die vragen en onduidelijkheden vormt vaak de sleutel, want de antwoorden daarop onthullen het verhaal dat ik aan het vertellen ben. Soms duurt het slechts enkele dagen om die antwoorden te vinden, soms maanden. Het belangrijkste is dat ik een plan heb om op terug te vallen. Zo kan ik verschillende richtingen uit en nieuwe ideeën en personages uitwerken wanneer ze zich aandienen.”
Doe je veel research voor je begint? Ben je iemand die zich moet verdiepen in een bepaalde materie alvorens te starten?
“Neen. Eerlijk gezegd doe ik weinig tot geen research. Er zijn heel wat schrijvers die graag researchen om een verhaal vorm te geven, maar bij mij is dat dus niet het geval. De meeste verhalen die ik schrijf zijn ofwel fantastische werelden die ik zelf creëer of materiaal dat dicht aansluit bij mijn persoonlijke leefwereld. Alleen wanneer ik over een specifieke tijdsperiode of over waargebeurde zaken moet schrijven, zoek ik hier en daar wel eens wat op om de dingen waarheidsgetrouw over te brengen.
Je oeuvre omvat verschillende genres – van robots en scifi in ‘Descender’, ‘Ascender’ en ‘Sentient’ tot drama met een eigenaardig kantje in ‘Sweet Tooth’ of ‘Family Tree’, tot je superheldenwerk voor DC en Marvel en horror in ‘Gideon Falls’. Ben je iemand die overal inspiratie opdoet?
“Zeker en vast. Ik hou van verschillende vormen van scifi en psychologische horrorverhalen. En ik ben ook het superheldengenre genegen. Ik hou ervan om aan verschillende projecten tegelijkertijd te werken: zo kan ik van het ene naar het andere hoppen en steeds een frisse blik bewaren. Voorwaarde is wel dat mijn creativiteit op verschillende manieren wordt uitgedaagd, en om die reden probeer ik om nooit tegelijkertijd aan twee titels binnen hetzelfde genre te werken. Daarnaast raak ik meer en meer geïnteresseerd in verhalen die niet in één specifiek genre vallen. De interessantste dingen die ik doe, al zeg ik het zelf, zijn projecten waarin horror- of sciencefictionelementen slechts een onderdeel vormen van een realistische setting of wereld. Geen rechttoe-rechtaanwerk dus.”
Wat is het belangrijkste: het personage of de plot en het scheppen van werelden?
“Absoluut het personage. Mijn focus gaat altijd naar personages en de emotionele lading van een idee. Plots en werelden scheppen staan voor mij in het teken van de personages, hun onderlinge relaties en hun emotionele toestand. Voor mij heeft elk idee een bepaald ‘gevoel’ en komt het erop aan om doorheen het verhaal dat gevoel te laten weerklinken. Op die manier ‘voel’ je ook wanneer je met plotelementen of zo aan komt zetten die wel of niet passen binnen je verhaal. Waar ik eigenlijk toe wil komen, is vertrouwen op je intuïtie, veeleer dan je werk vanuit een sterk intellectualistische hoek te benaderen. Dus eerst de personages, de reis die ze moeten doormaken en de algemene stemming, zo je wil. Al de rest komt later.”
Hoe pak je het aan om aan verschillende reeksen tegelijk te werken, zeker wanneer je tegelijkertijd ook nog eens een reeks tekent, zoals recent ‘Sweet Tooth’?
“Ik zorg ervoor dat ik echt een hele tijd vooruitwerk, zowel voor persoonlijke deadlines als voor de levering van scenario’s aan tekenaars. Daardoor kan ik het me veroorloven om sommige projecten enkele maanden links te laten liggen en voorrang te geven aan andere. Gemiddeld zit ik ongeveer zes maanden tot een jaar voor op het uitgaveschema, dus kan ik elk moment werken aan datgene waarnaar mijn hoofd dan het meest staat. Hoewel ik dus vaak tezelfdertijd verschillende comics in de winkel heb liggen, werk ik in realiteit maar aan twee of drie zaken tegelijk. Die manier van werken maakt dat een writer’s block zich nooit voordoet. Het zorgt er ook voor dat je rustig met nieuwe ideeën kan komen. Als je in het maandelijkse ritme van de comicsindustrie met haar strakke deadlines zit, is dat veel moeilijker.”
Hoe ziet een typische werkweek eruit?
“Tekenen neemt het grootste deel van mijn week in beslag. Het is en blijft mijn eerste liefde. Laat me zeggen dat ik ongeveer vier dagen per week, acht uur per dag, bezig ben met het tekenen van eigen werk en één dag per week enkel aan scenario’s werk. En ik steel hier en daar een paar uurtjes in het weekend om nog wat te schrijven. Ik zit dus van acht uur ’s ochtends tot vier uur in mijn studio, heel gestructureerd. Ben ik thuis, dan ben ik ook echt gewoon thuis. In dat ritme kan ik ongeveer vijf tot zeven pagina’s per week afwerken en ongeveer één scenario voor een standaardcomic van 22 pagina’s. Zo’n scenario kost me ondertussen gemiddeld slechts een vijftal uurtjes. Dat komt omdat ik op dat punt het verhaal voldoende in mijn hoofd heb, waardoor ik de personages hun ding kan laten doen en neerschrijf wat er komt. Vanaf dat punt verloopt alles vrij instinctief.”
Je doorbraak kwam er met het semiautobiografische ‘Essex County’ voor Top Shelf in 2008. Hoe verliep dat?
“De dag dat ik van Top Shelf te horen kreeg dat ze me wilden uitgeven was geweldig. Ik was al een jaar of vijf aan het ploeteren met overdag strips te maken en ’s avonds bij te klussen als kok in een restaurant. Het waren dagen waarop ik van acht tot drie uur tekende en dan van vier uur tot sluitingstijd in het restaurant werkte. Wat ik maakte, zat in een soort van vacuüm: ik had niets uitgegeven op een paar minicomics in eigen beheer na, ik kreeg van niemand feedback op mijn werk en had zeer weinig contact met mensen in de comicsindustrie. Ik had bijna alle hoop begraven het ooit nog te zullen maken en begon de waarde van mijn werk en de keuzes die ik in mijn leven gemaakt had serieus in vraag te stellen. Dat werk was, toegegeven, duidelijk afgeleid van wat anderen deden. Dat was mijn mindset toen ik aan ‘Essex County’ begon. Ik besliste om een verhaal te maken dat autobiografisch en dus veel persoonlijker was dan ik ooit had geprobeerd. Dat alleen al voelde voor mij als een doorbraak. Wanneer ik het eerste hoofdstuk klaar had, stuurde ik het naar enkele uitgevers, waaronder Top Shelf. Daar waren ze heel complimenteus, maar hadden ze toch ook wat opmerkingen. Eindelijk kreeg ik dus feedback en wist ik dat wat ik gemaakt had bijna goed genoeg was om uitgegeven te worden. Dat gaf me veel energie. Ik ging onmiddellijk met hun opmerkingen aan de slag en legde de bijgewerkte versie een tweetal maanden later opnieuw aan hen voor. Daar waren ze van onder de indruk en uiteindelijk beslisten ze om ‘Essex County’ toch uit te geven. Het was de bevestiging voor al die jaren dat ik in mijn eentje had zitten ploeteren.”
Meer dan een decennium later blijft het een door critici felgesmaakt verhaal, dat ondertussen ook wordt verfilmd. Hoe kijk je er zelf op terug?
“Met veel liefde. Omdat ik nu al een tijdje bezig ben met de ontwikkeling van de televisieversie van ‘Essex County’, zit ik terug volledig in die wereld en leef ik opnieuw met die personages. Daardoor apprecieer ik het nog meer, zelfs met al zijn gebreken.”
Als je terugblikt op je carrière tot dusver, wat zijn dan de drie of vier titels die er voor jou uitspringen?
“Het is moeilijk om favorieten te selecteren, want elk boek is op zijn manier bijzonder. Ze beslaan allemaal een deel van mijn leven en van het creatief traject dat ik heb afgelegd. Alles waar ik nu aan werk, voelt als het beste dat ik ooit heb gemaakt, op een bepaalde manier, omdat ik verder sta en de knepen van het vak beter ken. Maar als ik terugkijk, dan zijn er toch een paar die een speciale vermelding verdienen. Als eerste zeker ‘Essex County’, omdat het zo belangrijk was voor mezelf als maker. Op veel vlakken vormt dat werk nog altijd het sjabloon en de toetssteen voor alles dat erna gekomen is. Alle thema’s en de esthetiek die me aanspreken, zitten daarin vervat. ‘Sweet Tooth’ is waarschijnlijk even belangrijk. Die eerste reeks was monumentaal in het verbreden van mijn werk. Ik kreeg de kans om een ander genre aan te boren en een maandelijkse reeks van 22 pagina’s te maken. Dat ritme en het formaat stelde me voor grote uitdagingen. Ook gevoelsmatig en creatief gezien blijft het een favoriet van me. De personages en de wereld liggen me nog steeds nauw aan het hart. Daarom ook dat ik er nu een vervolg op heb gemaakt.” (de minireeks ‘Sweet Tooth: The Return’, red.)
“Daarna wordt het moeilijker om er eentje uit te pikken, voor een stuk omdat het om zoveel verschillende genres gaat. ‘Black Hammer’ is het vermelden waard, omdat het de perfecte synthese vormt van mijn indie versus mijn meer mainstream werk en mijn liefde voor het superheldengenre. Ten slotte zou ik nog ‘Descender’, ‘Gideon Falls’ en ‘Royal City’ kiezen. In ‘Royal City’ keerde ik terug naar het territorium van ‘Essex County’, maar dan jaren later, en vanuit een nieuw perspectief. Het werk dat ik voor Marvel en DC heb gedaan roept iets meer gemengde gevoelens op omdat ik minder controle had over die projecten.”
Met de Italiaanse tekenaar Andrea Sorrentino heb je heel wat comics gemaakt. Wat maakt jullie verstandhouding uniek? Konden jullie het meteen goed met elkaar vinden toen jullie begonnen samen te werkten op ‘Green Arrow’ voor DC, ondertussen een negental jaar geleden?
“Zeker. ‘Green Arrow’, maar ook ‘Old Man Logan’ en ‘Joker’ zijn favorieten van me, wat ons Marvel- en DC-werk betreft. En ‘Gideon Falls’ vormt de belichaming van onze samenwerking. Van zodra we in 2012 aan ‘Green Arrow’ begonnen, voelden we beiden de klik. Ik denk dat het komt omdat we er allebei van houden om te experimenteren en elkaar vertrouwen en respecteren. Ik geef Andrea alle vrijheid om met mijn scenario’s aan de slag te gaan en wanneer hij dan terugkomt met materiaal en nieuwe visuele ideeën, verwerk ik die mee in het verhaal. Zo’n werkrelatie vind je niet vaak in de stripwereld. Aan de ene kant heb je een scenarist nodig die niet koste wat kost aan alles wil vasthouden en anderzijds een tekenaar die de gegeven vrijheid kan gebruiken om het verhaal naar nieuwe hoogten te tillen.”
Is Sorrentino dan de eerste die je vraagt wanneer je iets nieuws bedacht hebt? Of kies je toch nog eerder tekenaars op basis van hun stijl en hoe die aansluit bij het verhaal?
“Ik heb het geluk om met een aantal tekenaars sterke werkrelaties uit te bouwen. Vast en zeker Andrea, maar ik heb ook een uitstekende band met Dustin Nguyen, Dean Ormston en Emi Lenox. En sinds kort ook met Gabriel Walta. Een boeiende mix van mensen met wie ik vlot samenwerk, waardoor er voor ons allemaal nieuwe deuren opengaan. Ik kan eender welk verhaal bedenken en ik weet dat ik een geschikte tekenaar heb om het tot leven te brengen. Het feit dat ik daarbovenop nog eens mijn eigen dingen kan schrijven en tekenen is de kers op de taart. Ik realiseer me maar al te goed dat ik in een gelukkige positie zit.”
‘Gideon Falls’ liep eind 2020 af, ‘Family Tree’ deed dat deze lente en zo zijn er nog wel een paar dingen die eindigen. Wat brengt de nabije toekomst op het vlak van eigen werk?
“Ik neem geen rust. (lacht) Ik word niet bepaald gelukkig wanneer ik weinig omhanden heb. Het zit in mijn natuur om te blijven bewegen. Het afgelopen jaar was een jaar van transitie: bijna alle titels waar ik de voorbije vijf of zes jaar aan gewerkt heb, lopen allemaal ongeveer samen af: ‘Gideon Falls’ en ‘Ascender’, maar ook ‘Black Hammer’ zal niet zo gek lang meer lopen, dus heb ik tijd om aan nieuwe zaken te werken. Momenteel werk ik aan een langere reeks voor Gabriel Walta. Dustin Nguyen en ik doen een kort project voor DC, iets dat we allebei al een tijdje wilden doen, en daarna storten we ons op ons volgende creator-owned werk. Dat zal iets heel anders zijn dan ‘Descender’ en ‘Ascender’. En voor Andrea ben ik ook aan iets nieuws bezig, in een genre waarmee we nog niet eerder samen iets hebben gedaan. In september komt er een graphic novel uit, Mazebook. Momenteel ben ik wat nieuws aan het tekenen dat een beetje naar ‘Essex County’ smaakt, gecombineerd met elementen uit mijn genrewerk. Het is graphic novel noch een maandelijkse comic, dus ik ben samen met mijn uitgever aan het kijken welk formaat en publicatieschema we daarvoor zullen volgen. Het wordt waarschijnlijk een kwartaaluitgave van 64 pagina’s per keer. Op Mazebook na is dat allemaal materiaal voor 2022. En dan mag ik ook de ‘Essex County’-televisiereeks niet vergeten. Die beginnen we hopelijk in de herfst in Canada te draaien.”