Stripgids – productiehuis en expertisecentrum rond strips en beeldverhaal

Soe Nsuki is een heuse stripverzamelaar. In de collectie van de stand-up comedian en tv-persoonlijkheid brullen draken, stroomt er snot en bewonen bitches een gevangenisplaneet. Hoe meer fantasie, hoe liever. Maar niet zonder te laten zien hoe de mens in elkaar zit. “In mijn stripcollectie verzamel ik de verschillende aspecten van wat een mens tot mens maakt.”

Wat is je eerste stripherinnering?
“Als kind zat ik aan de bron. Mijn opa, grafisch kunstenaar Frank-Ivo van Damme, is bekend in de Belgische stripwereld en heeft een gigantische stripotheek. In mijn kinderjaren gingen we er elke zondag naartoe. Wanneer de volwassenen over saaie dingen aan het praten waren, doken mijn broer en ik de stripotheek in. De reeks Roze Bottel doemt als eerste herinnering in me op. En meer specifiek 7 wegen naar Dromenland. Daarin trekt Roze Bottel op reis om zijn vriendinnetje Duifje Vleugelslag te redden. Onderweg komt hij draken tegen. (enthousiast) Als er draken, monsters of onontdekte landen in voorkomen, heeft een verhaal een streepje voor! Epische verhalen zijn mijn ding.”

Je hebt een grote stapel favorieten meegebracht. Was het moeilijk kiezen? 
"Ja. En dan moet je weten: ik liet nog behoorlijk wat thuis. Zoals Bone, een kloefer van maar liefst twee kilo. Blijkbaar heeft ook een bakfiets zijn limieten. (glimlacht) Van Casper en Hobbes heb ik de hele collectie. Die reeks is hilarisch en maatschappijkritisch tegelijk, de ideale combinatie. Het verhaal komt uit de mond van een zesjarige. Dat maakt het nog cooler. Plus: Casper heeft niemand anders nodig dan zijn verzonnen vriendje Hobbes. (denkt na) Ik herkende bepaalde eigenschappen van mezelf in Casper.”

Hoezo?
“Als kind stelde ik veel vragen, net als Casper. Ik besef nu dat dat gezond is. Volwassenen staan met hun mond vol tanden wanneer kinderen vragen stellen als: ‘Waarom moet ik gaan slapen?’ ‘Waarom moet ik stoppen met spelen?’ Eigenlijk zijn kinderen kei-filosofisch. Ik vind het jammer dat volwassenen alsmaar minder vragen stellen of verwonderd zijn. Nog steeds is Casper en Hobbes als een warm kopje thee voor mij. In stressvolle tijden lees ik de reeks helemaal opnieuw. Ik deed dat al meer dan twintig keer. Het voelt vertrouwd aan en dat werkt kalmerend.”

Kijk je lang naar de tekeningen?
"Oh ja. Soms staar ik urenlang naar één kadertje. Het is een manier om de oerdegelijke tekenaar te onderscheiden van zijn ietwat mindere soortgenoot. De details maken het af. Als er op de achtergrond een radio aanstaat, lees ik altijd de tekst die er uitkomt. In Casper en Hobbes zijn de gezichtsuitdrukkingen fenomenaal. Als Casper weer iets heeft omgestoten, moet je op de mimiek van zijn ouders letten. Heerlijk! Ik ga op ontdekkingstocht in de kadertjes om te verdrinken in de beelden."

Lees je daarom stripverhalen?
“Ja. Er bestaan ontiegelijk veel foto’s waarop ik letterlijk en figuurlijk in een strip verdwijn. Maar dat is niet de enige reden waarom stripverhalen het perfecte medium zijn voor mij. Ze geven je ook alle tijd om de informatie te verwerken. Een strip lees je op je eigen tempo. Dat staat haaks op mijn werk als stand-upcomedian. Als ik op een podium sta, moet ik iedereen meekrijgen. Ook de mensen die veel tijd nodig hebben. En dat is niet evident omdat mijn gedachten blijven doorrazen. Ik heb leren vertragen op een podium en let nu ook op de visuele tekens van mijn lichaam. Ik heb het gevoel dat we te veel belang hechten aan woorden, terwijl je gezicht of houding ook een punchline kan zijn. En daarbij: het is gewoon leuk om iemand te doen lachen met een gezichtsuitdrukking. En dat is bij stripverhalen niet anders. Wanneer Lambik uit Suske en Wiske zich kwaad maakt, is dat van een ongelofelijke hilariteit. Er moet niets in die tekstballon staan. Zijn gezicht spreekt boekdelen.”

"Er bestaan ontiegelijk veel foto’s waarop ik letterlijk en figuurlijk in een strip verdwijn. Maar dat is niet de enige reden waarom stripverhalen het perfecte medium zijn voor mij. Ze geven je ook alle tijd om de informatie te verwerken. Een strip lees je op je eigen tempo"

Dj, tv persoonlijkheid, comedian, scenariste… Je bent van alle markten thuis. Hoort striptekenen daar ook bij?
“Oh nee, ik kan totaal niet tekenen. Toen ik op het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken (HIVT) zat, maakte ik voor het plezier een eigen stripreeks. Die heette HIVTman. En de hoofdrolspeler, HIVTman, saves the day door de taal van mensen te verbeteren. Hij kwam aangestormd met een cape en een belerend vingertje en zei dingen als: ‘Het is niet noemt, maar heet.’ Echt voos eigenlijk. (lacht) En voor mijn maandelijkse nieuwsbrief maak ik een fotostrip.”

Welke favoriete strip heb je nog mee?
“Ik zal chronologisch te werk gaan. Na Casper en Hobbes kwam De Chninkel. Die plukte ik ook uit de stripotheek van opa. Het gaat over een oorlog tussen drie volkeren, waarvan de Chninkels de slaven zijn. En plots gebeurt het: op een dag staat dé Chninkel op. Hij is een soort Jezusfiguur die op een heldenreis vertrekt om zijn volk te bevrijden. Er vallen behoorlijk wat parelellen te trekken met klassieke werken als de Bijbel. Er komen expliciete seksscènes en nogal wat geweld in voor. De Chninkel is donker en bloederig.”

Dat klinkt als serieuze content voor een jonge Soe.
“Ik vond dat toen vooral een graaf fantasierijk verhaal met coole tekeningen. Ik stond niet stil bij de zware inhoud. Nu ik ouder ben, vind ik het moeilijk om verhalen van onderdrukking, oorlog en totalitaire regimes te lezen. Zo’n gruwelijkheden zijn op dit eigenste moment aan het gebeuren. Niet alleen in stripverhalen leven mensen in slavernij.”

Lees je dan nog waargebeurde stripverhalen?
“Jawel. Versta me niet verkeerd. Strips mogen uit het echte leven gegrepen zijn. Ik vind het zelfs leuk als er maatschappelijke boodschappen in schuilen. In mijn stripcollectie verzamel ik de verschillende aspecten van wat een mens tot mens maakt. Maar een waargebeurd verhaal vol agressie kan ik niet meer aan. Persepolis van Marjane Satrapi is bijvoorbeeld te bruut. Ik zit er te hard met mijn gevoel in. En sinds mijn zoontje Miles is geboren, wordt dat er niet beter op.”

Je zoontje is deels vernoemd naar Miles Morales, de Spiderman van Into the Spiderverse. Kunnen stripverfilmingen je ook bekoren?
“Zeer zeker. Superheldenfilms zijn totaal niet realistisch en daarom heb ik ze graag. Ik weet ook wat te verwachten van Marvel-films. Ze volgen eenzelfde stramien. Wat meteen een van de grootste kritieken is. Maar ik kijk om te ontspannen. Ik wil niet altijd nadenken of verrast worden. Soms snak ik ernaar om met een zakje chips naar het voorspelbare einde te kijken. De baddy zal altijd ten onder gaan. Wat een geruststelling.” (luide zucht)

Heb je een favoriet stripverhaal dat wel de rauwe realiteit toont? Zonder geweld weliswaar.
"Ja. The Infinite Wait and Other Stories van Julia Wertz. Wertz was geen striptekenares toen ze met dit project begon. De ludieke tekeningen trokken me aan, ook al is het in se een triest verhaal. Het gaat over Wertz die gediagnosticeerd wordt met de chronische auto-immuunziekte lupus en beslist om er een strip over te maken. Naast tekenen en in bed liggen, kan ze niet veel anders uitspoken. Op de rug van het boek staat: ‘Oh man, you are totally fucked.’ Wat een hilariteit. The Infinite Wait and Other Stories leerde me op een fatsoenlijke en grappige manier wat een chronische ziekte precies is. Ik mis zo’n verhalen in onze populaire cultuur. Stripverhalen staan voor op de rest. Ze tonen hoe de levens van mensen echt zijn.”

Hoe komt dat denk je?
“Ze geven meer ruimte aan creativiteit, omdat er geen tussenpersonen bij betrokken zijn. In comedy is dat ook zo, daar heb ik de regie in handen. Vergelijk het met films of tv-reeksen waar onnoemelijk veel mensen aan te pas komen. Het eindproduct is dan vaak een eenheidsworst. Bij strips en comedy is de reis tussen wat de maker voor ogen heeft en het uiteindelijke resultaat korter. De maker heeft de ruimte en de tijd om iets te maken. En beslist zelf hoe lang het wordt. Anders gezegd: de boodschap van een stripverhaal staat dichter bij de auteur(s). Strips verdienen ook niet goed. Als dat wel het geval zou zijn, staat er een rij mannetjes in maatpak klaar om te zeggen hoe je het moet aanpakken. (kijkt enthousiast naar het stapeltje favorieten) Mag ik er nog een strip bijnemen waar ik dol op ben?”

Uiteraard.
“Deze: Bitch Planet. De titel alleen al. I love it. Het speelt zich af in een alternatief universum waar je als vrouw naar een gevangenisplaneet wordt gestuurd als je een ‘misdaad’ begaat. En die planeet heet, je raadt het al, Bitch Planet.”

Dan moet er ook een Asshole Planet bestaan. Toch?
(knikt hevig) “Helemaal mee eens. Die reeks is nochtans behoorlijk feministisch, ook al klinkt Bitch Planet misschien fout.”

Volgens sommigen ‘mogen we niets meer zeggen’. Heb jij daar een mening over?
“Geeuw. Leven wij in een totalitaire maatschappij? Worden wij opgepakt? Ik denk het niet! Ik vind dat overroepen. Die discussie stopt nooit. Een veel interessantere vraag luidt: ‘Wat wil je vertellen?’ Kunst is gemaakt om op te reageren. Actie, reactie. Meer is dat niet en meer heb ik daar ook niet over te vertellen.”

Genoteerd. Laat ons terugvliegen naar Bitch Planet.
“Graag. In Bitch Planet is onze Aarde geëvolueerd naar een dystopie. De vrouwen worden nog meer onder de knoet gehouden dan vandaag het geval is. In het eerste deel belandt een van de hoofdpersonages op Bitch Planet, omdat ze onterecht beschuldigd wordt van ontrouw. Op Bitch Planet hoeft ze niet te luisteren naar haar man en mag ze onkuis zijn. Geweldig toch?! Wat me ook aantrekt, is dat de vrouwen echte vrouwen zijn, zoals je ze op straat tegenkomt. De reeks werd helaas na twee volumes stopgezet. Als schrijfster Kelly Sue DeConnick dit ooit leest, wil ik haar zeggen: Kelly, maak die reeks alstublieft af. (smekende handen) Ja, ik geef het toe, ik heb een zwak voor verhalen met grave grieten.”

Over grave grieten gesproken… Ik zie dat je Rat Queens mee hebt.
“Ja. (enthousiast) De fantasywereld is nogal mannelijk. Als in: een witte man maakt van alles mee. Niet dat dat slechte strips oplevert, verre van, maar in zo’n klimaat is Rat Queens verfrissend. Het gaat over vier badass vriendinnen die toveren, agressief zijn en zich boertig uitlaten. Doe daar nog magie en draken bovenop en ik ben helemaal verkocht. Net als Bitch Planet, is Rat Queens uitgegeven door Image Comics. Die brengen pas vernieuwende strips uit!”

Jouw favorieten zijn een amalgaam van stijlen. Zie jij een zekere lijn in je collectie?
“Ja. De balans tussen tekst en tekening. Als er een onevenwicht is, stop ik met lezen. Omgekeerd valt het meteen op als de samenwerking goed verloopt. Wanneer de tekenaar en de scenarist elkaar naar een hoger plan tillen. Een stripverhaal heeft slechts twee facetten. Vergelijk het met een danschoreografie van twee personen. Als kijker voel je het meteen wanneer er iets aan schort.”

Heb jij een favoriete auteur?
“Ja. Niet toevallig een vrouw: Nora K. Jemisin. Ik heb een strip van haar mee: Far Sector. Jemisin is hors catégorie. Ze schetst een compleet andere wereld, een onbestaand maatschappelijk systeem. Het verhaal speelt zich af in een toekomst waar mensen geen emoties meer mogen hebben. Het delen van emoties, zoals in kunst of dans, is verboden. Van dat uitgangspunt alleen al word ik wild. Far Sector is een denkoefening zonder er een te zijn. In die zin dat je van het woord ‘denkoefening’ al moe wordt. Maar in deze strip is het prettig om mee na te denken over de consequenties van een wereld zonder emoties.”

Beïnvloeden stripverhalen je werk?
“Zeker wel. Ik kan de bril van comédienne nooit afzetten. Alle kunst beïnvloedt mij. Soms werkt iets maar twee minuten door, soms loop ik er dagen mee rond. Op een bewust, maar ook op een onbewust niveau. Bij de graphic novel Someone please have sex with me van Gina Wynbrandt dacht ik: ‘What the fuck is dit?’ Zo’n vreemd en absurd verhaal. En die vibe kan onbewust deel worden van mijn culturele taal.”

Wat is er zo raar aan Someone please have sex with me?
“Wat niet? (lacht) Het gaat over een vrouw die haar seksualiteit ontdekt, zonder remmingen of zich te schamen. Ze heeft vreemde fantasieën, zoals seks met Justin Bieber of met een kat. Of die dingen waargebeurd zijn, interesseert me niet. Ik wil het vooral grappig vinden. En daar helpt de absurditeit bij. Absurditeit! (enthousiast) Nog iets dat me aantrekt in stripverhalen. (neemt een nieuwe strip van de stapel) Dit is ook een absurd verhaal, met niet de meest smakelijke titel: Snotgirl. Zij is een social media-ster die er picture perfect uitziet. Snotgirl probeert haar propere imago levendig te houden, maar ze heeft een groot probleem: een gigantische allergie die zorgt voor stromend snot. (lacht breed) Ze neemt medicatie tegen de snotstroom waar ze dromerig van wordt. Soms draait ze helemaal weg. Het leuke is: Snotgirl erkent de wereld van de sociale media, maar relativeert die ook. Een belangrijke les in deze tijden.”

Er staat veel op die pagina’s.
“Ja, Snotgirl is erg nu. Het is geschreven op een internet manier. Je aandacht wordt continu afgeleid door al die informatie. Ik vind het heerlijk om gans de pagina te ontleden.”

‘Gans’ de pagina’ Soe? Wat zou HIVTman daarvan zeggen?
(lacht hard) “Niet veel goeds, nee. Niet veel goeds."

Lees ook

Interview

Reinhard Kleist

Lees meer

Interview

Joris Vermassen

Lees meer

Interview

Robert Crumb

Lees meer