Ze vindt de Rode Ridder een onbeholpen figuur, zet grote vraagtekens bij de hygiëne van Asterix en Obelix, leest onomatopeeën graag voor en laafde zich als kind aan de seksueel getinte strips van haar oom. Maaike Cafmeyer, die de award voor meest aanstekelijke lach verdient, is naast getalenteerd actrice ook een gevatte grollenmaker. Alleen moet humor om de juiste reden gebruikt worden: “Ik heb humor vaak misbruikt en dat wil ik niet meer.”
Wat is je vroegste stripherinnering?
“Guust, zonder twijfel. Ik was een groot bewonderaar van het personage Guust Flater. Om te beginnen trekt hij zijn broek nooit op, die hangt steeds half naar beneden. Hij komt ook overal te laat, doet dutjes op zijn werk en parkeert zijn auto altijd verkeerd. (lacht guitig) Hij heeft lak aan conventies en trekt zich geen hol aan van de autoriteiten, zoals de politie of zijn baas. En het strafste van al: hij komt ermee weg. Ik vond dat non-conformisme ongelofelijk wijs. Ik kwam uit West-Vlaanderen en kende dat niet. Daarom trok het mij zo aan. De relativerende toon van Guust Flater werkte zalvend. Ik begon met Guust toen ik nog niet kon lezen. Het frustreerde me mateloos dat ik de tekstballonnetjes niet verstond. Gelukkig spraken de beelden voor zich.”
"Als kind was ik een echte alleslezer. Zelfs de gebruiksaanwijzing van de klokradio las ik helemaal door"
Ik neem aan dat het niet bij Guust is gebleven?
“Oh nee. Als kind was ik een echte alleslezer. Zelfs de gebruiksaanwijzing van de klokradio las ik helemaal door. Echt waar! De drang om te lezen was onweerstaanbaar en ging belachelijk ver. (gniffelt) De vakanties bij mijn oom herinner ik me nog goed.Vooral zijn waanzinnig grote stripkast. Hij was tekenleraar en een fanatieke stripverzamelaar. Het aanbod was zeer gevarieerd. Ik verslond zijn stripverhalen stuk voor stuk. Van Thorgal en Storm werd ik niet bijster wild. Ook De Rode Ridder vond ik - een welgemeende sorry aan alle fans - echt een lul. Altijd dat vast riedeltje van de Rode Ridder die een deerne een drankje aanbiedt tot ze in zwijm valt en hij haar kan kussen. Ik vond hem erg onbeholpen. Hij verzandde ook steeds in situaties waarvan ik dacht: kijk toch beter uit man! Komaan Rode Ridder, dat kan beter!” (lacht)
“Wat me wel kon bekoren, waren de seksueel getinte strips van mijn oom. Ze begonnen als een normaal verhaal, maar na een aantal pagina’s veranderden de personages in amorfe figuren. Ik kon er weinig touw aan vastknopen, maar dan doken er plots twee borsten op. Vanaf dat punt, of beter: die twee punten, genoot de strip mijn volle aandacht. In de hoop dat niemand me zou storen, las ik die zinnenprikkelende verhalen zo onopvallend en stil mogelijk. Ik had ook altijd een ‘gewone’ strip in de aanslag om die erotische tekeningen vlug te verstoppen. Het was mijn eerste kennismaking met afgebeelde seksualiteit.”
Wat is je all-time favoriet?
“Asterix heb ik echt kapotgelezen. Die reeks voedde mijn onstilbare honger naar geschiedenis. Het gebeurde wel vaker dat ik extra informatie opzocht over de albums. Na het lezen van De Romeinse lusthof wilde ik bijvoorbeeld alles weten over het hypocaustum (een verwarmingssysteem van de Romeinen, red.) en
de Romeinse stad Pompeï. Ik had ook mijn vraagtekens bij de hygiëne van de personages. Asterix en Obelix zijn echte boeren. Die Galliërs lijken nooit in bad te gaan. Fris is anders. In tegenstelling tot de Romeinen die proper gewassen en netjes gekleed in hun zetels liggen. Na enig opzoekwerk ontdekte ik dat de reeks zich liet inspireren door waargebeurde feiten. Daarnaast leerde Asterix me de mogelijkheden van woordspelingen.
Alleen al de namen van de personages zijn geniaal, zoals Kostunrix, Zakvolvirus, Adrénaline of Hoefnix. Ik had ook het gevoel dat ik Latijn verstond, ook al was die taal me totaal vreemd.Want met een beetje denkwerk begreep ik perfect wat de Romeinen zeiden. Verder sprak de kracht van de underdog me aan. Een behoorlijk domme Obelix en een kleine Asterix die alles en iedereen overwinnen. Er hangt een soort van poëzie over hen. En dan heb je nog die geruststellende voorspelbaar- heid van het verhaal.Voor ik een nieuw album opensloeg, checkte ik of Assurancetourix op het einde wel aan een boom wordt vastgebonden. Ik kickte op die zekerheid.” (lacht)
Kies jij stripverhalen op basis van de beelden of de taal?
“Geef mij maar de combinatie. Asterix is daar trouwens een topvoorbeeld van. De tekeningen worden op een meesterlijke wijze aangevuld door de tekst. Het is gevatte spielerei met beeld en taal. Denk aan al die in het rond vliegende everzwijnen of aan een Romein die in drie lijntjes uit zijn schoenen schiet. Ik kon me uren verliezen in de details. In een van de albums is een vlieg smoorverliefd op een Romein. Dat insectje vloog continu in de buurt van zijn love interest. Ik maakte er een spel van om de vlieg in elke tekening te vinden. (glimlacht) In se tonen strips ook hoe verhalen verfilmd kunnen worden.”
Hoe bedoel je?
“Er wordt gedacht in beelden. Een stripverhaal valt perfect te vergelijken met een mise-en-scène van een film of toneelstuk. De maker wil mensen raken met zijn beelden. Er wordt serieus nagedacht over kadrering en sfeersetting. Of het nu een striptekenaar, een filmregisseur of een theatermaker is, ze zoeken allemaal naar dat ene pakkende beeld. Een krachtig beeld kan trouwens ver reiken. Popartkunstenaar Roy Lichtenstein verdiende een fortuin met zijn verstilde beelden.Wanneer een beeld een publiek bereikt, begint het een nieuw leven. Iedereen laat zijn eigen perspectief en betekenis erop los.”
Las alleslezer Maaike Cafmeyer ook graphic novels?
“Ik las vooral romans in de vorm van een beeldverhaal. Literaire klassiekers werden op die manier toegankelijk gemaakt voor kinderen. Al moet ik er wel bij vertellen dat een getekende versie van De avonden van Gerard Reve stevig blijft voor een achtjarige. De claustrofobische en gelaten sfeer, de mistroostige personages en de onontkoombaarheid der dingen waren perfect voelbaar. En toch las ik het graag. De tekeningen waren om van te snoepen.”
Heb jij zelf getekend?
“Zeker. Mijn vader was tuinarchitect en had een grote tekentafel. Als mijn zus en ik braaf waren, mochten we zijn materiaal gebruiken.We maakten stripverhalen over onze eigen knotsgekke wederwaardig- heden.We doopten de reeks simpelweg ‘De avonturen van Joke en Maaike’. Maar haal je niets in het hoofd, we gaven het ookweersnelop. (glimlacht) Tekenen bleek veel moeilijker dan gedacht. Een beeld in je hoofd hebben, is een ding. Het realistisch op papier zetten iets totaal anders. Ik laat tekenen wijselijk aan anderen over.”
Misschien is voorlezen meer je ding? Voor De Lustige Lezers-rubriek van het iconische televisieprogramma Man bijt Hond las je voor uit stripverhalen. Wat maakt een strip tot uitgelezen voorleesmateriaal?
“Oh ja, stripverhalen voorlezen is heerlijk. Woorden als ‘krak’, ‘vrooaaarr’, ‘bam’ of ‘pow’ zijn de max. Daar kun je meteen mee aan de slag. Ook uitgesproken karaktertrekken van een personage zijn leuk om te doen. Arthur uit Suske en Wiske, de broer van Lambik, springt in De vliegende aap als een vogel en maakt tjip-tjip-geluiden. Het is amusant om zo’n personage tot leven te brengen met je stem en er een eigen draai aan te geven. Ik moest niet lang nadenken toen De Lustige Lezers me vroegen. Eigenlijk zouden we de rubriek nieuw leven moeten inblazen voor jonge generaties.We moeten dan wel selectiever zijn in onze albumkeuze, want zoiets als Kuifje in Afrika is uitgesproken racistisch.”
Mogen die verhalen niet meer verteld worden?
“Oh jawel. Een strip is een tijdsdocument. We moeten die gevoeligheden kunnen kaderen. Alles verdient zijn plaats in de geschiedenis. Het lijkt me geen goed idee om zaken uit de geschiedenis te interpreteren met wat we nu weten. Het is wel belangrijk om eruit te leren. Maar iemand als Hergé was geen slecht mens. Hij tekende dingen die onder de bevolking leefden. Laat duidelijk zijn: het is een goede zaak dat beladen woorden als het n-woord niet meer kunnen. Ik zou dat woord niet meer luidop kunnen uitspreken. Toen was het niet slecht bedoeld, maar vandaag hangt er een totaal andere lading aan.”
Delphine Lecompte zei in dit blad dat de sigaret van Lucky Luke niet vervangen had moeten worden door het politiek correcte grassprietje. Ben jij het daarmee eens?
“Die mening deel ik. Ik vind zo’n grassprietje betuttelend. Het is toch niet dat de sigaret van Lucky Luke me aanzet om meteen vier pakken sigaretten te gaan smoren? Het is een karikatuur hè mensen. Plus: er wordt gerookt. Mensen roken, drinken en nemen drugs. Ik zou het zelfs vervelend vinden als mijn dochters die dingen niet te zien krijgen. Lucky Luke met een grassprietje? Fuck off!”
“Mensen hebben nood aan verlichting en ontspanning. Niet alles in het leven moet zwaar zijn of diepdoordacht. Soms mag er gewoon goed gelachen worden"
Denk je dat tekenaars bepaalde onderwerpen beter mijden?
“Goh. Het gaat vooral over de manier waarop iets gebracht wordt. Als de sheriff in de politiereeks Chantal iets onwaarschijnlijk seksistisch zegt en inspecteur Chantal (gespeeld door Cafmeyer, red.) reageert magertjes, dan komt die boodschap veel harder binnen dan wanneer ze uit haar krammen schiet en verbolgen zegt: ‘Dit pik ik niet’. Er zijn wel een paar heikele thema’s waar tekenaars met hun potloden beter afblijven. Ik denk aan religie. Kijk naar de aanslag op het satirisch weekblad Charlie Hebdo. Het was ongezien dat één kleine tekening zo’n ravage kon aanrichten. Elke tekenaar was in crisis. Pas op, ik zie ook niet overal de humor van in. Racistische of seksistische tekeningen vind ik doorgaans smakeloos. Maar mensen hanteren humor om met de realiteit te ‘dealen’. Het is een heftige gedachte dat humor mensen zo hard kan raken als met de Mohammed-cartoons van Charlie Hebdo.”
Wat is volgens jou de rol van humor in stripverhalen?
“Mensen hebben nood aan verlichting en ontspanning. Niet alles in het leven moet zwaar zijn of diepdoordacht. Soms mag er gewoon goed gelachen worden. Zoals met verstrooide professoren, lompe types of personages die drie bladzijden verder nog steeds met hetzelfde misverstand bezig zijn. Ik lees stripverhalen niet voor de filosofische inzichten. Kom ik ze toch tegen? Leuk! En al helemaal leuk als ik er onderweg mee kan lachen. Humor maakt diepgang veel leuker en draaglijker.”
Slotvraag: Mensen aan het lachen brengen is een van je talenten. Wat betekent humor voor jou?
“Mijn relatie tot humor is sterk veranderd. Ik heb het vaak gebruikt, maar ook misbruikt. En dat laatste wil ik niet meer. Het gaat over een vorm van humor waarin ik mezelf belachelijk maak om met een situatie om te gaan. Ik begon me af te vragen wanneer ik oprecht humoristisch ben en wanneer ik mezelf uitlach. Het was snel duidelijk dat het tweede te vaak het geval was en dat voelde alsmaar minder juist aan. Ik wil trouw blijven aan mezelf. Laat wel wezen: ik vind het leuk om mensen aan het lachen te brengen en gelukkig te zien. Een mens moet zichzelf niet al te serieus nemen. Maar in bepaalde situaties is het net buitengewoon belangrijk om serieus genomen te worden en de dingen niet weg te lachen. Zeker als vrouw.”
Dat lijkt me mooi als afsluiter.
“Mij ook. (lacht) Ik wil geen getormenteerde clown worden!”