De Canadese Arizona O’Neill put inspiratie uit een troebele episode in haar eigen leven om een intrigerend verband te schetsen tussen de woekerende opioïdecrisis en orgaandonatie. Haar elegant verbeelde graphic-noveldebuut 'Opioids & Organs' lijdt af en toe aan uitleggerigheid, maar vindt in zijn beste vorm een ontroerend evenwicht tussen wroeging, obsessie en surrealistische droom.
Negentien was Arizona O’Neill, toen haar eenenveertigjarige, van haar vervreemde vader in 2015 na een fentanyloverdosis op sterven na dood in het ziekenhuis belandde. Als zijn meest nabije bloedverwant viel het haar toe om te beslissen over zijn nog gezonde maar in een comateuze toestand gevangen lichaam. De druk van het medische team om ‘het goede’ te doen, noopte haar ertoe zijn organen te doneren aan mensen die er meer baat bij zouden hebben.
Jaren later rijt een brief van de man die door haar vaders hart een tweede leven kreeg die oude wonde open. Was het wel zo vanzelfsprekend om haar vaders lichaam in stukjes te laten overleven? Wordt orgaandonatie geen orgaanhandel als de druk om erop in te gaan je haast dwingt om de enige logische volgende stap te zetten? En waarom belanden vooral de organen van kwetsbaren en minder gefortuneerden, zoals haar vader, in de lichamen van mensen die ‘betere’ levens leiden? Is dat geen waanzinnige gift aan een samenleving die geen mallemoer geeft om mensen met een verslavingsproblematiek?
Die vragen leiden O’Neill tot een roadtrip naar de wortels van en obscure praktijken in de geschiedenis van orgaantransplantatie. Haar reis gaat langs plekken als de Marsh’s Library in Dublin, het Louvre en de catacomben in Parijs, langs verhalen van wetenschappelijke ambitie, discriminatie, grafschennis en privilege, maar ook langs de krochten van haar eigen gevoelswereld. En in dat laatste gebied, waar alle nood aan opstellerige informatieoverdracht wegvalt en O’Neill in eigen vlees snijdt, wint Opioids & Organs het meest aan krachtige kwetsbaarheid en wilde verbeelding.
Het is daar dat O’Neill schippert tussen haar ingebeelde reisgezellen Frankie – Mary Shelleys empathische monster van Frankenstein, de eerste orgaantransplantatiepatiënt – en Izzy – een gele hagedis die haar angsten en toxisch obsessieve trekjes vertolkt. Het is daar dat verwijzingen naar Peter Pans Lost Boys, Alice in Wonderland, Trainspotting en zelfs The Lion King voor komische, pijnlijke, furieuze en ontroerende noten zorgen.
Het is in die gekwelde intieme ruimte dat een lokale markt transformeert tot een letterlijke orgaanhandel, haar vrienden plots de vorm aannemen van oogbollen, harten en nieren, en plantenwortels ademen als longen. In die soms gruwelijke, maar verfijnd verbeelde dagdromen legt O’Neill haar eigen hart op tafel, samen met haar angsten, twijfels, schuldgevoel en boosheid. Om gelouterd weer uit de dissectie van het zelf te verrijzen.
Opioids & Organs
Arizona O’Neill
Drawn & Quarterly, 380 blz.
★★★☆☆