Stripgids – productiehuis en expertisecentrum rond strips en beeldverhaal

'Suske & Wiske' is niet langer een dagbladfenomeen. Maar zegt dat ook iets over de kwaliteit van het hedendaagse werk? Ook al zal de schaduw van Willy Vandersteen altijd boven de reeks blijven hangen, toch is iedereen het erover eens dat de stripreeks professioneler is geworden: strakkere scenario’s, mooier tekenwerk. En ook al is de charme daardoor misschien wat verdwenen, 'Suske en Wiske' blijft een klassieker die de tand des tijds doorstaat.

Is Suske en Wiske literatuur? De vraag kan wat overspannen lijken en het antwoord eenvoudig: neen, natuurlijk niet. Suske en Wiske is een familiestrip, niet meer, maar zeker ook niet minder. En toch is de vraag gerechtvaardigd, want het album ‘De Poenschepper’ kreeg onlangs een prominente plaats in het werk De Duivel in de Nederlandse literatuur van de Nederlander Bas Jongenelen, docent Nederlands aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. In ‘De poenschepper’ verkoopt Lambik zijn ziel aan de duivel, of toch een duivelse zakenman. Hij wordt steenrijk, maar hij moet wel een deel van zijn liefde afstaan waardoor hij vriendschappen verliest, ook die met zijn allertrouwste vrienden, de andere vaste personages uit Suske en Wiske. Wanneer Lambik uiteindelijk toch zijn foute keuzes inziet en het verhaal weer ten goede keert, gaat de duivelse zakenman in rook op, een kenmerk van veel literaire duivels. Eigenlijk behandelt Willy Vandersteen in dat album de Faust-thematiek op een behapbare manier voor kinderen. 
 

Jongenelen twijfelde niet om de strip op te nemen in zijn literatuuroverzicht. “Ik vind het misschien wel het beste album van Suske en Wiske. Het is, ondanks de verwijzingen naar hippies en zo, zeer tijdloos. Elon Musk is een poenschepper, Sywert van Lienden, de man die zei belangeloos hulp te willen bieden tijdens de coronapandemie maar  veel geld verdiende aan de verkoop van mondmaskers aan de Nederlandse overheid, ook. En ook prins Bernhard bleek een poenschepper, ze zijn van alle tijden.” 

 

Bezuiniging bij de krant 

 

De vraag of Suske en Wiske literatuur is, of op zijn minst de vraag naar de kwaliteit van Suske en Wiske, is ook gerechtvaardigd na de laatste mini-discussie over de strip, naar aanleiding van het feit dat de krant De Standaard eind vorig jaar besliste om na driekwart eeuw niet langer de dagelijkse twee stripbalkjes te publiceren. In december vorig jaar verscheen de laatste voorpublicatie in de krant, die van ‘De boze boleet’. Abonnees konden daarna nog twee strips in voorpublicatie lezen op de site, ‘De geplaagde Plantijn’ en ‘De harteloze Hein’. Critici plaatsten bedenkingen bij het narratieve niveau van de hedendaagse albums. Anderen wezen vooral op het einde van het feuilleton als fenomeen, vervolgverhalen doen het gewoon niet meer zo goed in de krant. Wat overblijft zijn gags, strips als Garfield en Casper en Hobbes in De Standaard, of Ons kent Ons van Zaza in De Morgen

 

“De impact van een voorpublicatie is niet meer te vergelijken met de situatie in de jaren vijftig of zestig. Toen Marc Sleen met Nero ooit overstapte van De Nieuwe Gids naar De Standaard, volgden er 30.000 lezers, daar kwam zelfs een rechtszaak van. Maar dat was een ander tijdperk, dat nu definitief wordt afgesloten. Dat is jammer, maar het is vooral symbolisch,” zegt Dirk Vanlaer, business manager bij Standaard Uitgeverij, de uitgever van Suske en Wiske. “En laat ons duidelijk zijn: de stopzetting is voor de krant natuurlijk een bezuiniging. Maar Suske en Wiske zijn niet overal uit de krant verdwenen. In Nederland verschijnt de strip sinds 2018 dagelijks in De Telegraaf, en dat contract werd onlangs nog verlengd.” Opvallend: De Standaard en De Telegraaf behoren tot dezelfde krantengroep, Mediahuis. Dezelfde krantengroep besliste eind vorig jaar overigens ook om te stoppen met de voorpublicatie van De Kiekeboes in Het Belang van Limburg, maar daar werd in tegenstelling tot het wegbezuinigen van Suske en Wiske nauwelijks aandacht aan besteed. 

 

De scenaristen zelf werden nooit officieel op de hoogte gebracht van de stopzetting van de voorpublicatie. “Ik heb het zelfs vernomen via iemand van de fanclub, geloof ik,” vertelt Peter Van Gucht, hoofdscenarist sinds 2005. Hij tilt niet al te zwaar aan de beslissing. “Eigenlijk zat zoiets er al een tijdje aan te komen, dus neen, ik heb geen rouwmoment ingelast. Het verandert uiteindelijk ook helemaal niets aan hoe we tegenwoordig de strip maken.” 

 

Wie zich wel wat stoorde aan de suggestie dat Suske en Wiske uit de krant verdween wegens de verminderde kwaliteit, was filmregisseur Vincent Bal, ook lid van het scenarioteam van Suske en Wiske. “Dat hele systeem van voorpublicatie is al lang verouderd. De strips liggen al in de winkel terwijl het verhaal nog loopt in de krant. De mediaconsumptie van mensen is gewoon helemaal veranderd, mensen lezen geen strip meer in een papieren krant, en een vervolgstrip lees je niet zo snel op je telefoon. Alle vervolgstrips verdwijnen uit de dagbladen, en dat is gewoon een logisch gevolg van onze veranderde mediaconsumptie. Met kwaliteit heeft dat niets te maken.” Peter Van Gucht voegt eraan toe dat ook de verkoop van de papieren strip betere tijden heeft gekend, er zijn gewoon erg veel andere vormen van amusement in de plaats gekomen. De strip moet tegenwoordig de concurrentie aangaan met games en Netflix. 

 

We zijn met z’n allen massaal gaan bingewatchen, en dus past een krantenstrip niet meer in de tijdsgeest, meent ook Niels van der Made, sinds 2017 voorzitter van De Fameuze Fanclub, de fanclub voor alle Suske en Wiske-diehards waarvan hij al sinds 1989 lid is. “Vroeger moest je ook een week wachten op de volgende aflevering van Friends om te weten hoe het zou verdergaan met Ross en Rachel, maar nu kan je alles in één keer bekijken. We zijn het niet meer gewoon om een dag of een week te wachten op het vervolg van een verhaal. Onze mediaconsumptie is helemaal anders geworden.” Van der Made ziet wel een ander gevolg van het verbreken van de band tussen strip en krant, een breuk die trouwens al vroeger werd ingezet. “Toen de strip nog op het ritme van de krant werd gemaakt, had je om de twee stripbalkjes een cliffhanger, of toch bijna. Er was een duidelijk ritme, om de lezer in spanning te houden. Maar dat dateert echt uit de tijd dat er alleen de radio en de krant waren voor entertainment, na lezing gaf vader de krant door aan zijn kinderen voor de strips. Die korte spanningsboog zit er nu niet meer in. Krantenstrips kan je nu het beste vergelijken met memes op sociale media, die je in één oogopslag moet consumeren. Doordat de strip niet meer op het ritme van de krant wordt getekend, kan je nu ietsje meer tijd nemen om je verhaal te vertellen, hoef je niet  langer twee cliffhangers per pagina te bedenken.” 

 

Koen Maas, de Nederlandse bedenker en maker van De Perfecte Podcast, een podcast over de stripreeks, betreurt de beslissing van De Standaard om de dagelijkse strip te schrappen, al kent hij de beweegredenen van de krant niet. “Maar het is jammer omdat je als strip toch opnieuw wat zichtbaarheid verliest.” Ook hij wijst op de grapdichtheid van een krantenstrip. “Die valt dan weg, en dan is het risico dat je iets ruimer van stof wordt. Het dwingende karakter om het voortdurend spannend te houden, verdwijnt daardoor.” 

 

Peter van Gucht relativeert die opmerkingen. “We tekenen de strips natuurlijk al heel lang niet meer op het ritme van de dagkrant, zelfs al verschenen ze nog iedere dag. Het ging om publicaties van strips die al klaar waren. En ik schrijf mijn scenario’s altijd al met de nodige cliffhangers, al blijft het nu misschien beperkt tot één per pagina. Je moet de spanning wel hoog houden om de mensen te boeien, maar we zijn al lang niet meer gebonden aan het ritme van de krant. Ik denk niet dat de scenario’s daardoor ingrijpend zijn veranderd.” 

 

Zotte kuren 

 

Maas, die zelf een studie scenarioschrijven achter de rug heeft, ziet ook geen te grote verschillen met vroeger. “Ik ben eigenlijk wel enthousiast over hoe de scenario’s de afgelopen jaren in elkaar zitten. Er wordt goed gewerkt door dit team.” Ook Van der Made is nog altijd een fan. “Er zitten dan misschien minder cliffhangers in, maar je merkt wel dat de scenario’s nu goed op voorhand worden uitgewerkt en uitgedacht, daar zit een stevig team achter. Vandersteen begon zijn strip wel met een thema, maar die wist op voorhand niet altijd waar hij zou eindigen. Zelfs het aantal balkjes of strookjes lag vroeger niet altijd vast. Soms wist hij het even niet, en dan kreeg je een dag met strookjes met alleen maar ‘zotte kuren’, dan kocht hij als het ware even tijd om te bedenken hoe het verder moest met de hoofdlijnen. Daar zat een bepaalde charmante spontaniteit in, maar in sommige verhalen van Vandersteen belanden de zijsprongetjes wel eens op een dood spoor. Niet elk scenario was even strak. Zo’n verhaal als ‘De Tartaarse helm’, dat springt van de hak op de tak, echt verbazingwekkend. Het was dus niet altijd even doordacht, al bleef het natuurlijk wel vermakelijk om te lezen. Ik denk wel dat je met zo’n rammelend scenario nu niet meer zou wegkomen, we zijn gewoon wat strenger geworden. Nu is er altijd een duidelijk plot. En er zijn wel zijsprongetjes uiteraard, maar je weet dat op het einde alles weer netjes samenkomt. Op dat punt is de strip in de loop der jaren zeker professioneler geworden.” 

 

Die scenario’s zijn de afgelopen jaren het werk van Peter Van Gucht, die hiervoor wordt geassisteerd door Vincent Bal. Die laatste noemt zichzelf een sparringpartner, Van Gucht zelf promoveert Bal liever tot “sparringpartner plus”. Van Gucht begon twintig jaar geleden bij Studio Vandersteen en debuteerde met het verhaal ‘De flierende fluiter’. Daarvoor werkte hij als rechterhand van Gert Verhulst en Hans Bourlon bij Studio 100. Zijn collega Bruno De Roover, die toen ook al voor Studio Vandersteen werkte, wees hem erop dat ze iemand zochten om het scenarioteam, dat toen nog werd geleid door Marc Verhaegen, te versterken. Na de breuk met Verhaegen werd Van Gucht in 2005 gevraagd om de scenario’s te verzorgen. 

 

Over de omstandigheden van toen wil Van Gucht liever niet meer praten, maar hij wil wel zeggen dat gevraagd worden om Suske en Wiske over te nemen voor een scenarist zoiets is als een droom die uitkomt. “Bij Studio 100 had ik ook een geweldige baan, maar ik was er toch een onderdeel van het systeem. Nu kreeg ik de kans om de lijnen uit te zetten, autonoom te werken aan iets dat ik altijd al fantastisch heb gevonden. Ik had toen nog de assistentie van Bruno De Roover en Erik Meynen, later is die rol overgenomen door Vincent.” 

 

Bal werd in 2015 aangezocht door De Standaard Uitgeverij voor ‘The Wolfpack’, een denktank van tekenaars en scenaristen die plannen moest smeden om meer te doen met de intellectual property van de uitgeverij. “Ik ben natuurlijk wel een filmmaker, maar ik ben ook zot van strips, ik heb lang geleden zelf eens een strip getekend over de popgroep The Dinky Toys, een echte jeugdzonde (lacht). De uitgeverij had me erbij gevraagd om een wat andere insteek te hebben. Het idee van The Wolfpack was waarschijnlijk iets te duur voor de uitgeverij. In ieder geval, het team werd opgedoekt, maar ik werd wel gevraagd om aan boord te blijven en Peter te assisteren.” 
 

Alles samen is Bal een dag of drie à vier per album bezig. Samen met Van Gucht houdt hij een eerste brainstorm over ideeën, thema’s, mogelijke verhalen. Daarna gaat Van Gucht aan de slag en maakt hij een synopsis. Die bespreken ze nog een keer waarna Van Gucht begint met een volledig scenario te schrijven, dat ze ook nog eens samen doornemen, waarbij Bal extra aandacht heeft voor de juiste structuur. En hij bekijkt ook al eens schetsen en tekeningen, waar hij dan soms nog opmerkingen over maakt.  

“Ik zie me als de pingpongmakker van Peter, hij heeft een idee of een thema en dan gaan we daarmee aan de slag. Meestal hebben we genoeg grondstof en komen de ideeën haast vanzelf.” Van Gucht denkt dat Bal zijn eigen inbreng wat onderschat. “Hij heeft ook inhoudelijke inbreng, verzint al eens een grap. Als je zo’n scenario met een fris hoofd kan lezen, dan springen er al eens dingen in je hoofd, kan je een extraatje leveren. Daarom noem ik hem sparringpartner plus.” 

 

Eén ding is zeker: net als Van Gucht vindt Bal het heerlijk om aan Suske en Wiske te werken. “Net als bij alle Vlamingen zit Suske en Wiske in mijn DNA. Ik krijg nog altijd kippenvel als ik besef dat ik mag bedenken wat Lambik zou kunnen zeggen in een bepaalde situatie. Dat is alsof je Robert De Niro mag regisseren.” Van Gucht en Bal werken op deze manier samen aan de scenario’s sinds 2016, met als eerste resultaat ‘De planeetvreter’, dat verscheen in mei 2017. Dat was meteen ook het eerste album in het nieuwe formaat. 

 

Maatschappelijke betrokkenheid 

 

De discussies over thema’s en onderwerpen verlopen doorgaans vlot. Eigenlijk vinden de twee altijd wel de aanzet voor een verhaal als ze samen zitten. “Het fijne aan Suske en Wiske is natuurlijk dat je erg breed kan gaan, binnen het format is bijna alles mogelijk, je kan overal op inpikken. Soms is een idee heel vaag, dan bedenken we dat we misschien iets kunnen doen rond Van Eyck, en dat wordt dan ‘De verloren Van Eyck’. We vinden altijd vrij snel een verhaal. Het gebeurt slechts zelden dat we een vergadering moeten afsluiten zonder verhaalidee. Maar ook dan blijft het malen en komt er uiteindelijk wel iets,” vertelt Van Gucht. Soms haken ideeën in elkaar, of hebben ze even de tijd nodig om te rijpen. Zo wilde Van Gucht al een tijdje iets doen met het verhaal over kinderen die met een lege boterhamdoos naar school trekken. Daar hebben beiden veel over gepraat, ze vonden het een goed thema, maar vonden niet onmiddellijk een verhaal. Tot Van Gucht op vakantie in Turijn een bezoek bracht aan het Egyptisch museum. Omdat de Egyptenaren het brood hebben uitgevonden en hij het verhaal kon koppelen aan een Egyptische legende, was de trein vertrokken. Het resultaat ‘De boterhammenman’, met Lambik in een heldenrol, ligt later dit jaar in de winkels. 

 

‘De botterhammenman’ toont de maatschappelijke betrokkenheid van Suske en Wiske, iets waarvan sommigen zouden willen dat het wat vaker gebeurt. Koen Maas is zo iemand, al beseft hij dat het soms moeilijker is geworden dan vroeger om dat op een manier te doen die niemand voor het hoofd stoot. “Ik ben zoals velen natuurlijk opgegroeid met de verhalen van Vandersteen en Paul Geerts. Daar zat die maatschappelijke betrokkenheid iets meer in. Ik vind dat niet verkeerd. Je mag als strip best stelling nemen, Suske en Wiske staan wel ergens voor. Zij zetten zich in voor het goede, en dat mag vaak wat dikker in de verf worden gezet. Het zit er dikwijls wel in, maar het blijft wat hangen op het avontuurniveau. Of het is heel erg op het persoonlijke gericht. Lambik of Suske kampen met een of ander probleem, en dat gaan we nu eens oplossen. Maar het mag van mij zeker ook op een hoger, structureler niveau. Je mag dingen gerust aan de kaak stellen. Als er dan reactie op komt, dan kan je als uitgever, scenarist of tekenaar je daar ook vrij over uitspreken. Iemand als Vandersteen was echt zichtbaar, ook in het debat, dat komt de strip ten goede op lange termijn.” 

 

Peter Van Gucht heeft zo zijn twijfels. “Ik vind het niet onze taak om dat al te veel te doen, om zaken echt aan de kaak te stellen. Ik vind dat moeilijk. Kijk, bij ‘De boterhammenman’ is er een link met wat kinderen ook zien en meemaken, dus het spreekt hen aan. De rest van het verhaal gaat er iets minder over, het is eerder een aanleiding om de goedhartigheid van Lambik te tonen. Hij deelt brood uit aan de mensen. Ik vind zeker dat we dingen mogen aankaarten, dat we de realiteit ook mogen tonen, maar wij gaan geen pleidooien houden voor een bepaalde oplossing.” Vincent Bal vult aan: “Er zit echt wel een hart in die strips. Ze gaan wel over concrete dingen, het is niet alleen maar fantasie, het heeft wel een serieuze fond. Verhalen als ‘De wrede wensput’, over hebzucht en armoede, of ‘De zalige ziener’, over het voorspellen van de toekomst, die gaan echt wel ergens over.” Een vaker terugkerend thema is het milieu en de zorg voor de aarde. “Dat is een erfenis van Vandersteen, eind jaren zeventig was dat ook al een belangrijk thema. Maar we willen ook daar niet in overdrijven. Het is zeker belangrijk dat er aandacht voor is in de strip, maar voldoende gedoseerd.” 

 

De voorzichtigheid is deels ingegeven door een relletje rond ‘Mami Wata’, een album uit 2017. Op een van de plaatjes stond een zwarte figurant die nogal karikaturaal werd afgebeeld. Er kwam felle kritiek van onder andere Dalilla Hermans, die in Charlie Magazine opriep om andere tekeningen in te zenden, en ook in Nederland kreeg Suske en Wiske even zeer fel de wind van voor. De Standaard Uitgeverij bood excuses aan, maar de storm ging slechts langzaam liggen. “Ik begrijp de kritiek op die plaat maar al te goed,” zegt tekenaar Luc Morjaeu. “Zeker als je het zo geïsoleerd ziet, is het minder gelukkig getekend. Bovendien was het personage ook nog eens aan het fluiten, wat voor extra dikke lippen zorgde. De kritiek op die prent was dus helemaal terecht. Het was des te spijtiger omdat we zo ons best hadden gedaan om alles goed te doen, we hadden de teksten ook laten vertalen naar het Swahili. In Vlaanderen viel het uiteindelijk nog mee, maar in Nederland zijn we toen erg zwaar aangepakt, al was dat vaak door mensen die niet het volledige album hadden gelezen. Ik had geen probleem met de kritiek op zich, maar ik heb er toch heel lang mee gezeten,” vertelt Morjaeu. De les die eruit werd geleerd? Extra voorzichtig zijn. “We zijn natuurlijk een strip, die zit vol karikaturale beelden. Hoe je de mensen dan in beeld brengt, is vaak wat clichématig. Daar letten we nu extra op.” 

 

En toch is net het gebrek aan diversiteit in Suske en Wiske een van de meest terugkerende opmerkingen als het gaat over de hedendaagse relevantie van de strip. Niels van der Made woont in Antwerpen-Noord, en de diversiteit die hij dagelijks ziet op straat, ziet hij niet terug in actuele platen in Suske en Wiske. “Wat mij betreft mag er zeker meer aandacht zijn voor diversiteit. Als er nu tekeningen in staan van pakweg de markt, dan zie je daar niet echt een afspiegeling van de bevolking in Antwerpen nu. De kledij van Suske en Wiske is al eens aangepast, dat mag met het decor ook. De moeilijkheid is natuurlijk: hoever ga je daarin in een niet-realistische strip? In zo’n context wordt iets al snel een karikatuur.” 

 

Ook Koen Maas vreest dat het de afgelopen jaren moeilijker is geworden, zowel wat maatschappijkritiek betreft als het afbeelden van figuren. “Ik denk dat je nu veel sneller het deksel op de neus krijgt. Vroeger schreef iemand misschien een boze brief naar de uitgever, dat was niet openbaar. Nu staat het op sociale media en die boodschappen versterken elkaar. Rond die tekening in ‘Mami Wata’ ontstond in Nederland een echte hetze, vroeger zou je daar makkelijker mee zijn weggekomen. Nu moet je daar iets mee, want plots ligt de hele beeldvorming van de strip onder de loep. Je wordt dus wellicht wat voorzichtiger, zowel als tekenaar als scenarist. En ik weet niet of de strip er beter van wordt als je voortdurend op eieren loopt. Soms mis ik een beetje durf en lef op dat vlak. Dat is ook de rol van Suske en Wiske: je mag het avontuur niet uit de weg gaan, ook al komt het je op kritiek te staan.” 

 

De scenaristen zijn zich wel degelijk bewust van het probleem. “Ik denk dat de variatie in ras uitgerekend datgene is wat het meeste ontbreekt in Suske en Wiske. We zijn toch een redelijk witte strip. Maar we proberen er wel aan te werken,” zegt Van Gucht. Ook Bal meent dat de strip daar verder in kan gaan. “We hebben er wel aandacht voor, en een thema als racisme is zeker bespreekbaar. Maar voorwaarde is wel dat het altijd begrijpelijk moet zijn vanuit een kinderperspectief, en we gaan het zeker niet over partijpolitiek hebben of zo. Maar ik ben het er wel mee eens dat het een aandachtspunt is, en misschien moeten we daar nog meer overleggen met het tekenteam. In de strip die net is verschenen, ‘De Rookburgh Rookies’, zit al wat meer diversiteit.” Ook Morjaeu is het volledig eens dat er meer aandacht moet komen voor de diversiteit in de samenleving. “Maar je moet tegenwoordig echt voorzichtig zijn in hoe je mensen in beeld brengt. Je moet er gewoon meer over nadenken dan over de witte mensen die je tekent. In ‘De maffe markies’ zit een islamitisch gezin, dat is een heel normaal gegeven, maar het mag niet op een cliché of een karikatuur lijken. Het geldt voor alles wat je openbaar doet tegenwoordig: je moet er echt goed over nadenken.” 

 

“Bemint elkander” 

 

Want Morjaeu heeft nog een ander aandachtspunt: Suske en Wiske staat nog altijd voor een ogenblik gezonde leesontspanning. “Suske en Wiske staan echt voor het goede. Zelfs Lambik, die al eens gekke dingen doet, doet die eigenlijk altijd met de beste bedoelingen. Helemaal in de traditie van de boodschap van Vandersteen: bemint elkander. Dat klinkt misschien wat belegen, maar het is wel de basis, en het is een vrij eenvoudige maar duidelijke boodschap. Die wordt op een ontspannende manier gebracht. Als ouder moet je weten dat je je geen zorgen hoeft te maken als je kind in een hoekje verdwijnt met een Suske en Wiske, want dat is goed gemaakt amusement met een positieve boodschap.” 

 

Morjaeu is 63 en zit al 35 jaar in het vak. Bij Studio Vandersteen, dat sinds 2015 volledig wordt aangestuurd door Standaard Uitgeverij, heeft hij de leiding over een team met nog vijf medewerkers. Wout Schoonis is als hoofdassistent al achttien jaar de rechterhand van Morjaeu en neemt ook steeds vaker de tekeningen van de figuren over. De Nederlander Thijs Wessels is sinds kort bij het team, hij is assistent-tekenaar. Christian Verhaeghe tekent de decors, Tom Wilequet doet de tekstballonnen en de opmaak en Sabine De Meyer zorgt voor de inkleuring. 

  

Morjaeu erkent dat het strakke tempo van vijf tot zes albums per jaar begint te wegen, en is blij dat de opvolging klaarstaat. Het team is samen met de scenaristen een geoliede machine, en over de tekeningen is iedereen vol lof. Want wat geldt voor de soms rammelende scenario’s, geldt eveneens voor de tekeningen van de eerste lichting Suske en Wiske van eind jaren veertig en begin jaren vijftig. “De rauwheid waarmee Vandersteen die strips tekende, daar zou je nu ook niet meer mee wegkomen,” denkt fanclubvoorzitter Van der Made. “En eigenlijk is dat ook wel een beetje jammer, want het is een proeftuin die wegvalt. Het is voor nieuwe talenten erg moeilijk om nu nog met een stripreeks te beginnen, want het moet direct goed zijn en je krijgt nauwelijks nog de kans om te groeien.” 
 

Koen Maas merkt het aan zijn zonen van negen en elf jaar oud. Die houden evenveel van de latere Vandersteen, van Paul Geerts, Marc Verhaegen of het werk van het huidige team. “Mijn jongste zoon vindt de tekenstijl uit de jaren vijftig en zestig net heel leuk. Alleen het echt oude werk, genre ‘Op het eiland Amoras of ‘De Zwarte Madam’, daarmee kan ik hen niet blij maken.  Dat vinden ze toch net iets te kaal. Maar van de nieuwe strips zijn ze ook echt gecharmeerd, en ik eigenlijk ook. Ze zijn erg goed, en vaak erg mooi getekend.” 

 

Vloek en zegen 

 

Het drama van een langlopende strip is natuurlijk dat je niet ontkomt aan de erfenis. Dat is zowel een vloek als een zegen, erkennen alle gesprekspartners. Iedere lezer heeft zijn voorkeuren, en die zijn vaak gekoppeld aan het moment waarop je de strip leert kennen. Zo zijn zowel Van Gucht als Morjaeu nog altijd uitgesproken fans van Vandersteen, maar Koen Maas koestert dan weer warme sympathie voor Paul Geerts, want hij leerde in Nederland de strip kennen in de jaren tachtig. En stiekem hopen Van Gucht en Morjaeu natuurlijk dat kinderen die nu de strip leren kennen, hun verhalen als favoriet uitkiezen. 

Maar ook daar zit een addertje onder het gras. Met een back catalogue van meer dan driehonderd nummers kan er ook heel veel worden herlezen, je hoeft geen nieuwe exemplaren te kopen om Suske en Wiske te leren kennen. Ouders die bij hun kinderen enige interesse voor strips menen te ontdekken, halen vaak de oude exemplaren van zolder. Zo ging het bij Koen Maas, zo gaat het bij de neefjes en nichtjes van Niels van der Made, en zo gaat het wellicht in duizenden Vlaamse en Nederlandse gezinnen. “Dat is natuurlijk prachtig, maar het is ook een vloek. Wist je dat ieder Vlaams gezin gemiddeld vijftig exemplaren van Suske en Wiske in huis heeft? Dan hoef je natuurlijk niet naar de winkel,” vertelt Van Gucht. 

 

De huidige verkoopcijfers zijn misschien wel het best bewaarde geheim van de Standaard Uitgeverij. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig was Suske en Wiske op zijn hoogtepunt. Toen haalden de albums een oplage van 400.000 exemplaren. Die tijden zijn uiteraard voorbij, erkent Dirk Vanlaer van de uitgeverij, maar toch behoort Suske en Wiske nog altijd tot de bestverkopende strips. In Vlaanderen doet alleen De Kiekeboes beter, in Nederland Donald Duck. Als je de verkoop in Nederland meerekent, dan is Suske en Wiske wel de populairste strip uit Vlaanderen. De noorderburen zijn goed voor de helft van de omzet van de stripreeks. Naast De Kiekeboes komen alleen De Kampioenen en Jommeke nog in de buurt van de populariteit van Suske en Wiske. “Het blijft het vlaggenschip van onze uitgeverij.” 
 

Toch wil Vanlaer wel een inkijkje geven in het belang van de strip. Van het jongste nummer, De Rookburgh Rookies, dat in opdracht van Phantasialand werd gemaakt, neemt het pretpark sowieso 30.000 gepersonaliseerde exemplaren af om te verkopen aan de Vlaamse en Nederlandse bezoekers van het pretpark. Van een album van enkele jaren geleden, ‘De drijvende dokters’, werden door de organisatie Mercy Ships 330.000 exemplaren afgenomen om te schenken aan donoren, en het werd gebruikt bij leden- en fondsenwerving. Daarnaast wordt het album ook nog gewoon verkocht in een reguliere editie. 

 

De basis is dus nog steeds meer dan solide. Dat Suske en Wiske wel eens onder vuur komt te liggen bij veranderingen, kan Vanlaer daarom goed relativeren. “Je weet dat er reactie komt als je dingen gaat veranderen, zoals gebeurde toen Wiske een naveltruitje ging dragen of borstjes kreeg, en Suske een cargobroek ging dragen. Ook bij de verandering naar het A4-formaat viel de kritiek te voorspellen. Maar eigenlijk gaat die ook altijd heel snel terug liggen. Je moet zo’n strip ook fris en vernieuwend houden, daarom zijn we blij met het huidige team van scenaristen en tekenaars, zij schuwen toch het experiment niet.” Ook podcastmaker Maas relativeert de kritiek. “Je zal altijd fanatici hebben die bij iedere kleine verandering van zich laten horen. Maar je moet niet vergeten dat de grote groep bestaat uit argeloze lezers, en die worden nog altijd heel blij van deze strip.” 

 

Van Gucht en Morjaeu vinden de kritiek soms ook wat gemakkelijk. Precies omdat Suske en Wiske al zo’n lange traditie heeft, is de strip volgens hen gevoeliger voor kritiek. “Iedereen kent Suske en Wiske, dus als je iets verandert, zal er commentaar komen. En als je daar als buitenstaander iets over zegt, dan weet je dat het zal opgepikt worden door de pers,” meent Morjaeu. Ook Van Gucht meent dat Suske en Wiske kwetsbaar is in de media. “Als je zo bekend bent, weet je dat je aandacht gaat krijgen als je er eens flink op gaat kappen. Wij zijn een dankbaar en makkelijk doelwit. Sommigen vinden de strip wat kinderachtig of flauw, maar het is en blijft natuurlijk een kinderstrip. Het is geen graphic novel.” Niels van der Made meent dat de uitgeverij dat vermeende probleem van de braafheid goed heeft opgelost met de spin-off Amoras. “Daar zie je ook hoe Suske en Wiske anders kunnen evolueren, daar is het allemaal wat stouter en gedurfder.” Ook Bal kan zich ergeren aan de gemeenplaats dat de verhalen vroeger toch beter waren. “Laatst had ik nog eens een gesprek met zo iemand. Die vond de jongste albums toch maar minnetjes. Toen vroeg ik welk album die man het laatst had gelezen. Bleek het om een verhaal uit 1989 te gaan! En natuurlijk maken we geen arthouse-strip, maar we proberen wel een zo constant mogelijk hoog niveau te houden, op geen enkel moment in de productie geven we toe op de kwaliteit.” 

 

Voor kinderen en… 

 

En hoewel vaak wordt herhaald dat het een kinderstrip is, toch wordt er geworsteld met de doelgroep. Want niet alleen de kinderen, ook de ouders van de kinderen lezen mee. Vandaar de vele knipoogjes naar de actualiteit of naar oude verhalen. Knipoogjes die voor kinderen niet te begrijpen zijn, maar dan weer door de tekeningen grappig worden gemaakt. “Ik vraag me wel eens af wie nu precies de doelgroep is. Zijn het echt de kinderen, of toch eerder de nostalgische ouderen? Ik vind het soms een beetje onduidelijk op wie nu in de eerste plaats wordt gemikt,” bedenkt Van der Made. Vincent Bal vat het samen: “We maken hem in de eerste plaats toch voor de kinderen, maar ook voor de kinderen die nog in die ouders zitten.” 

 

Volgens Van der Made zal er wel altijd een publiek zijn voor Suske en Wiske. “Oudere lezers herontdekken de strip, er komen nieuwe lezers bij. Die oude lezers willen graag die knipoogjes naar het verleden, terwijl je tegelijk actueel wilt zijn. Ik denk dat je het niet mag onderschatten, de erfenis van een strip die bijna tachtig jaar bestaat. Ik vind het eigenlijk bewonderenswaardig hoe het huidige team daar mee omgaat. Zij zetten een hele mooie familiestrip neer, die top is getekend, actueel is, met respect voor de traditie van Vandersteen. En tegelijk trekken ze een nieuw publiek aan. Daarom denk ik ook dat Suske en Wiske nooit zal eindigen, net als in de strip hebben zij het eeuwige leven.” Hij zag het ook op de door de Fameuze Fanclub georganiseerde Suske en Wiske Fandag in april dit jaar, waar opnieuw meer volk was dan pre-corona, en waar meer gezinnen op afkwamen. Met meer dan vijfhonderd bezoekers was het een geslaagde editie. 

 

Tot slot moeten we toch nog heel even terug naar onze beginvraag: is Suske en Wiske literatuur? Bas Jongenelen geeft zelf het antwoord: neen, niet echt. “Maar Suske en Wiske behoren zonder enige twijfel tot onze cultuur, onze volkscultuur, en dat schat ik eigenlijk nog een trapje hoger in. Je kan de culturele waarde van Suske en Wiske gewoon niet onderschatten. Uiteraard vind ik het ene album al wat beter dan het andere, maar als geheel is Suske en Wiske heel vormend voor kinderen en jongeren. En wat een reflectie op de eigen tijd kom je ook iedere keer weer tegen in Suske en Wiske! Dat is eigenlijk iedere keer weer enorm goed gedaan. En zelfs al heb je als oudere lezer soms iets minder met het hedendaagse werk, daar zitten toch zeer geslaagde albums tussen, zoals recent nog ‘De geplaagde Plantijn’ over Christoffel Plantijn en het Antwerpen van tijdens de Spaanse bezetting. Een schoolvoorbeeld van een uitstekende Suske en Wiske.”

Lees ook

Lees meer

Long read

Alison Bechdel

Lees meer
Lees meer